zaterdag 1 december 2012

Donderdag 3 november 2011




Beste Jaap,

Nu de herfstwolken, verjaagd zijn door de dunner wordende zon verlang ik al naar het voorjaar, en jouw aan mij geschreven persoonlijke brieven, die ik behaaglijk, moedig levend in mijn soepel vallende avondjurk, verslind, een beetje zoals een troep wolven een konijn. Hoe vordert nu, het onderzoek naar de tussen de wal en het schip geraakte zonderlingen, dat jij met Jeroen Splinterman begon, naar aanleiding van de brieven, van die vreemde snuiter Hubert Stuipje. Een vrijgeestige kunstenaar, die tegen het einde van de vorige eeuw schilderde, op canvas en op witte binnenmuren. Een zonderling die er een merkwaardige reputatie op na hield omdat hij huilde in de nacht, met een lage toon, die tot in de verte was te horen, en die normale mensen niet konden onderscheidden van de eenzame nachten en de frisse meiden, die al vroeg het voorjaar roken, de meeste schimmen werden stoffige spoken. Ik weet het Jaap Smet, de schaduw van de wind is een soepele held, en jouw gepoederde voeten, op zoek naar het grote geld, wat je aan de wetenschap wilt gaan schenken, zodat zij iets nieuws kunnen bedenken om de toekomst mee te verrijken, er schuilt weer hoop achter de dijken. Ik wens jou en Jeroen, veel te doen en vooral veel leeswerk te verrichten. Er schuilt een waarheid in vele gedichten en deze waarheid kent vele gezichten. Hopelijk zien de mensen voortaan in dat de koe weer in de wei hoort te staan wanneer de zon gaat schijnen.

Groetjes vanuit Haarlem,

Violette Zandheuvel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten