zondag 30 oktober 2011
Winterdroom
De grote vogels, ondubbelzinnige nachtraven vliegen als doodsbroeders naar de helderende zon. De prachtige zon, die morgen weer op komt in een ander vervreemdend land, dicht bij nergens, als in een mistige brief beschreven.
In diepte van leegte onder de nacht van de verloren horizon slapen de mensengeesten zonder de oorlog te vergeten. Ze laten wolken vol luchtkastelen achter.
Illusies als zeepbellen. Sombere wolken met trieste dromen. Dromen als illusie, projectie van een ziel, meerdere zielen. Een verloren ziel, een ziel die niet eerder bestond. Een ziel die geen bestaansrecht weet te vinden. Meerdere zielen.
Alberto Kruisvaan, je denkt nogmaals aan de man, de schrijver van de natuur.
Je onderneemt zinloze pogingen voor een breder begrip. Een breder begrip van beschaving zonder verspilling. Zijn innerlijke ik, de ik van beschaving, is vertwijfeld, verward. Beschaving voor zijn dood, zijn vervlogen ziel. Vervlogen dromen. Onzichtbare wereld. Je staat hier bij die boom, en denkt over het leven. Het verleden, het heden en de toekomst, het lammetje, geboorte. De bloemen die je voor jouw moeder plukte. Ieder voorjaar in de tuin, achter het huis. Maar de kleuren van de Herfst stemmen je somber. Er heerst een grijze leegte in jouw brein, je staat stil. Stil bij alles wat je moest loslaten, laten gaan. Omdat vasthouden wreder was, ondragelijk, misschien. Je had een keuze. Maar was die keuze wel vrijwillig, of zat er een hersenschim in jouw rugzakje, wat je altijd voor de zekerheid bij je droeg.
Het is hier koud en veel te eenzaam in de nacht, verlaten, stil en droeve angst zaaiende gedachten vreten je op. Je denkt aan hem en hoe hij was als mens, als man, met hart en ziel. Hij de grote schrijver over de onstuimige natuur, wolven en beren en eenzaamheid. Alberto Kruisvaan, zijn naam zoemt door jouw hoofd, terwijl je jouw droom probeert te begrijpen. Je stelt je weer voor hoe hij was als mens, als mensenziel op aarde.
Je begeeft je in een eeuwenoud bos, waar de winterelfjes kleine lantaarns langs het pad laten schijnen om de winterherten eens goed te bekijken. Het zijn mooie dieren. Hele mooie dieren. Ze horen bij de wonderbaarlijke witte winterwereld.
Deze maanverlichte wereld ademt vrede, zelfs de boskabouters wenen niet langer over armoe en honger, uitzetting of ontzetting. Ze zijn tevreden met een paddo, een natuurproduct dat nog altijd te vinden is in het eikenbomenbos en niet via het internet verkrijgbaar.
Op zoek naar voedsel draven de dieren over het hertenpad, verzamelen ze zich, om elkaar te warmen met elkanders aanwezigheid in de duistere nacht in het bos, dat hier droomachtig in het droomland ligt, onder een tapijt van witte sneeuw, met slechts winterse stilte aan de horizon, die in de verte een stad laat zien.
Soms speelt het leven zich af in de droomslag van een wonderbaarlijke droom, een dromerige wereld, waar dieren vredig samenleven.
Er komen nooit levende mensen hier midden in het eikenbomenbos. Het is veilig om rond te struinen, als dier, als prachtig hert. Je kunt je helemaal voorstellen hoe dat moet zijn. Je hoeft geen mensen hier te vrezen. Je hoeft geen boeken hier te lezen.
Je mag je als analfabeet aan een boom vast houden.
© oktober 2011 - mobar
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten