dinsdag 1 november 2011
Terug naar Amsterdam
Hij dronk whisky alsof het bier was, als hij naast zijn zwembad lag. En hij had het geld om de duurste whisky te kopen, voor in de zon op het zwembadterras, dat naast zijn kleine zwembad lag. Meestal betrof het Schotse whisky, maar hij dronk ook sterke drank uit Ierland, Canada en Frankrijk. Er was zelfs een fles uit Australiƫ, en enkele uit de Verenigde Staten op het zwembadterras. De mensen in het dorp, Knotaraa, waar Arnold in een paar jaar van onbekende idioot naar beroemde burger was geworden, waren verdrietig geweest. Arnold Roodkop had al maanden niet meer geschilderd. Dat had de lokale bevolking tot treuren gestemd.
Arnold’s wanhopige liefde voor mevrouw B. Bloetlag en zijn voorkeur voor onbereikbare liefdes hadden van hem een schrijver gemaakt.
En op een schrijver zat niemand te wachten, die waren er al genoeg in het dorp tussen de coniferen nabij de zee, waar de mensen doorgaans gelukkig waren.
De meeste boeken stonden ongelezen in kasten, die in de huizen stonden om stof te verzamelen. Niemand las er nog een boek sinds het Internet gemeengoed was geworden, en de buitenlucht de zintuigen had geprikkeld.
Hij kon schrijven totdat hij een ons woog, maar niemand las zijn boeken.
Boeken hadden geen nut meer, en waarom bossen kappen voor boeken? Waarom bomen slopen voor boeken? Een laptop bij het zwembad is geen probleem. En hij was weer terug naar Amsterdam verhuisd omdat het daar veel gezelliger was, en meer ruimte voor een dakterras om met zijn laptop op te zonnen.
Hij was uit het dorp vertrokken met veel misbaar en misplaatste trots, maar hij kon niet anders. Hij moest ergens anders heen. De pauwenveren in zijn reet waren niet bedoeld om de vuile was buiten te hangen. De vuile was niet bedoelt om de pauwenveren te besmetten.
Arnold Roodkop was ondanks zijn roem, altijd een gewone man van het volk gebleven, maar het was juist het volk wat zich zo van hem had vervreemd. Hij begreep het volk niet meer, terwijl het volk hem, Arnold Roodkop nog wel begrepen, en met zoete taarten verwende.
Hij was een bewogen schrijver die er bij voorkeur geen doekjes om wond. Een rationele denker met een voorkeur voor vrouwelijk gevormde ministers met kloten die stijf stonden van de hormonen. Hij hield van regenten met een zachtaardig hart, met een nauwkeurig ritme, en gevoel voor de regelmaat der dingen. Hij wist al op wie hij ging stemmen, en hij hoopte dat zij zich weer kandidaat zou stellen. Na de genoten whisky nuttigde hij een paar vierkante blokjes oude kaas van ongeveer een centimeter bij een centimeter. Toen pakte hij zijn jas en ging hij naar het schoollokaal om er te stemmen.
Hij wist al op wie hij ging stemmen, ja weer op een vrouw, want die waren er nog te weinig in de politiek en die konden zijn stem wel gebruiken. Hij keek als eerste op de lijst van de partij voor de dieren. Dat was de partij met de mooiste muze, en de aantrekkelijkste vrouwen. Hij maakte de rode punt van het stempotlood een beetje nat, en plaatste toen een intieme rode stip naast een aantrekkelijk gezicht.
Terug in zijn woning schreef hij een lange brief aan Alfons Antana, een homoseksuele danser en fotograaf, die hij in het Amsterdamse nachtleven had leren kennen.
© november 2011 - mobar
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten