vrijdag 6 juli 2012

Schaduwdroom

Schaduwdroom


Het is hier koud en veel te eenzaam in de nacht, verlaten, stil en droeve angst zaaiende gedachten vreten je op, je denkt aan hem en hoe hij was als mens, als man, als hart en ziel. Hij de grote schrijver over de onstuimige natuur, wolven en beren en eenzaamheid.De grote vogels, ondubbelzinnige nachtraven vliegen als doodsbroeders naar de helderende zon, die morgen weer op komt in een ander vervreemdend land, dicht bij nergens. In diepte van leegte onder de nacht van de verloren horizon.Ze laten wolken vol luchtkastelen achter. Illusies als zeepbellen.Sombere wolken met trieste dromen. Dromen als illusie, projectie van een ziel.Een verloren ziel, een ziel die niet eerder bestond. Zinloze pogingen voor een breder begrip. Een breder begrip van beschaving zonder verspilling.Zijn innerlijke ik, de ik van beschaving, is vertwijfeld, verward.Beschaving voor zijn dood, vervlogen ziel. Vervlogen dromen. Onzichtbare wereld,Je staat hier bij die boom, en denkt over het leven. Het verleden, het heden en de toekomst, het lammetje, geboorte. De bloemen die je voor jouw moeder plukte. Ieder voorjaar in de tuin, achter het huis. Maar de kleuren van de Herfst stemmen je somber. Er heerst een grijze leegte in jouw brein, je staat stil. Stil bij alles wat je moest loslaten, laten gaan. Omdat vasthouden wreder was, ondragelijk, misschien. Had je een keuze. De leegte om het gemis van Jeroen de Graaf is dreigend. Je hield veel van zijn boeken.Alsof het hele leven een bedreiging is. Alles wordt achtervolgt door zijn dood. Een dood die niemand heeft kunnen voorspellen. Maar die onherroepelijk was gekomen.Een sterven dat je nooit zal begrijpen. De nachtvogels zwermen rond de dood.Het moeras slaat zijn armen uit naar de eenzame ik. De onrustzaaier van het ego, de verdwaalde karaktermuis. Van de alleenstaande, wereldveroveraar, dromerige nul. Gecalculeerde aanbidder van een magere nachtmaan. Je leest de krant, hangt de was op, krabt de rug van de hond, neemt de oude tijdschriften door op zoek naar een artikel van Joop.Zwart krijsende vogels met onrustige vleugels vliegen door de duisternacht over de oude stad, hoger de verdedigingsmuren, dichter het bos, dreigender het zompige moeras, borrelt en slikt geheimen in en spuugt natte slipjes uit. De nachtrust verdwenen zondigt adem en boert af en toe met groene ernst, milieubewust, hittebestendig, en slaapt de nacht in, tegen beter weten, en alles in teleurstelling, onmenselijk falen.Dit hebben we met niemand zo voorgesteld. Ik wist niet dat hij eenzaam was, eenzamer dan ik. Dan we samen dachten dat jij kon zijn. Ik weet het nog steeds niet, heb geen flauw idee. God heeft zijn gesprek met een schaduw. Een minnaar van de nacht en de lusten van het duister. Dat weet ik uit zijn dagboek, zijn geheime vlugschriften.Een bijzonder eenzame schaduw, de schaduw van zijn geweten. Jeroen had een repeterend geweten. Hij was een schaduwkind, een schaduwman, een schaduwdroom.Zijn worsteling met alles waar hij geen raad mee wist.De strakke schaduw van de roofvogel wordt langzaam onsamenhangend. De bomen buigen, gedachten verdwijnen, gevoelens stompen af tot een onduldbare pijn die nergens vandaan schijnt te komen.Alle verbanden zijn zoekgeraakt in de wind, die woedend is en de gruwelvogels achterna jaagt. Deze nachtmerrie heeft geen einde laat in laatste hoop alle teugels los, voeten op de aarde, bewaar uw vrede, het einde is voorspoedig. Het zijn hersenspinsels. De eerste en laatste lentespinsels. De vroeger gesponnen dromen die aan een zijden draadje hangen. Naar aanleiding van het lenteverhaal van Jeroen de Graaf. Maar het is nu midden in de Herfst. De avond is koud en vochtig. Je mist hem. Je mist zijn verhalen. Je voelt je schuldig dat je hem nooit echt hebt leren kennen. Je las alleen zijn gedichten.En je bewonderde zijn gedichten. Je las ze soms wel tien keerachter elkaar, iedere keer hongerig naar meer. Je kreeg geen genoeg van zijn gedichten. Je dacht dat je hem begreep via zijn gedichten. Je voelde wel dat hij worstelde met het leven, maar je wist niet dat het zo erg was. Er was altijd zo veel leven, met de braamstruiken de landwegen, de bospaadjes, de wilde dieren, en bijzondere vogels, zijn ruige poëtische beleving van de natuur, waarin hij altijd een gevaar op de loer had liggen. Een leven vol bizarre feiten. En nu sta je hier, midden in de veranderende natuur. Er zwemmen wat meerkoetjes in het water, wat wilde eenden en in de verte een zwaan. Alles lijkt nooit veranderd, alleen het gevoel is verbijsterend anders. Wat was hij voor iemand? Was hij hier vaak bij deze boom? Het is een inspirerende omgeving. Maar je voelt dat je ontworteld raakt door de leegte, het niet kunnen begrijpen van de dood. Zijn dood. Zijn zelfgekozen dood. Onbegrijpelijke leegte. Onberispelijk stil. Terug in jezelf.





*

© september 2009, mobar

Geen opmerkingen:

Een reactie posten