vrijdag 6 juli 2012

De ik die hij geworden is

De ik die hij geworden is


Een wild vreemd iemand brengt, ongevraagd en met veel drama, 's avonds laat hevige emoties over aan iemand die hij of zij verder nauwelijks kent en die zijn eigen sores heeft. Een druk op de muis en de email is weg, verzonden naar Ed Eppelin. Ed Eppelin verroert zich niet, blijft rustig en beleefd lezen, en geeft alle antwoorden op diepzinnige vragen. De wereld is overzichtelijk, Ed Eppelin heeft geen verlangens. Het enige bezit dat hij koestert is een roeiboot, die hij heeft en waar hij vanavond naar toe loopt. Ieder mens is uniek, en plukt wijsheid vooral uit eigen ervaring, Ed Eppelin heeft ervaring met roeien.Ed Eppelin heeft al eerder kennisgemaakt met ongevraagde e-mail en postberichten van mensen die hij verder niet kent of wilt leren kennen. Mensen die assertiviteit en agressie verwarren, en doorgaans slechts vooroordelen spuien, die aan hem, gezien zijn levensstijl verder niet besteed zijn en waar hij verder geen notie aan heeft. Ed Eppelin hoeft ook niet lief te zijn, laat dat lieve maar weg voor zijn naam, hij is hier niet voor de stroop op de mond, of de irrationaliteit van zweverige mensen, die de werkelijkheid niet van fictie kunnen onderscheiden. Dromen niet van bedrog, waarheid niet van toeval. Ed Eppelin heeft zijn eigen sores en moet het maar alleen zien te redden. Ed Eppelin doet dat met de riemen die hij zichzelf tot dan toe heeft aangemeten, zoals een zeerover een gehaakt vest. Hij is op weg in zijn roeiboot naar een eiland, het eiland van de gezonde ziel.Manipulatie is niet aan zijn mannenziel besteed, achterlijke religieuze denkbeelden evenmin. Alle vooruitgang wordt in de kiem gesmoord door denkbeelden die onveranderd woekeren, maar Ed Eppelin steekt zijn mannenkop in de wind. Er moet ergens nog liefde zijn. Zijn roeiboot vaart op volle zee. De schuimende golven slaan tegen de houten zijkant van de boot. De boot komt schuin te liggen, maar valt dan weer goed tussen de golven. Het is hard werken om de boot op koers te houden. Alle spierkracht in zijn armen, schouders moet hij aanwenden.In de verte ziet Ed Eppelin een eiland. Met alle spierkracht in zijn mannenlijf rukt hij aan de roeispanen om het eiland te bereiken. Het gaat moeizaam, de worsteling met de golven en de wind, hij is doorweekt van het overslaande zeewater, maar het gaat hem lukken. Langzaam beweegt de roeiboot op de schuimende golvenrichting het eiland van de gezonde ziel. Nog even door zetten met al zijn kracht.Daar is het strand. Er moet toch nog ergens ware liefde zijn. Hij springt uit de roeiboot met zijn benen in het water en trekt de houten boot op het strand.Hij loopt het eiland op en komt in een prachtig bos. Ed Eppelin ruikt de geur van gevallen herfstblad, en besluit dan toch die brief te schrijven. Hij maakt zijn rugzak open en haalt het grijze schrift te voorschijn en begint eindelijk met het schrijven van een brief aan Mobar Vorstkasteel, de schrijver van de misdaadroman Joop.





*





© oktober 2009, mobar

Geen opmerkingen:

Een reactie posten