donderdag 8 november 2012

De nacht op het verlaten strand




Een verhaal uit het verleden ( 2010 )



De nacht op het verlaten strand



Voor iedereen die mij niet kent, en nooit zal leren kennen, en voor alle mensen die mij plotseling vergeten zijn, door te dromen in het duister, met slechts één verlangen, de behoefte mij uit het geheugen te wissen, door nooit meer aan mij te denken. Dit nachtelijke avontuur is de letterlijke weergave van een droom, zoals ik mij die kan herinneren, door de letterlijke betekenis ervan. Normaal schakel ik voor de uitleg van mijn dromen, de droomdeskundige James Absurdy in, maar omdat die vorig jaar, in armoede en ondervoed, in een stadspark is overleden moet ik het zelf doen. Ik ben nog steeds die ongelovige Thomas, die jullie kennen uit mijn verhalen, ik laat mezelf geen oor aan naaien, nog geloof ik dat ik zelf alles beter weet dan een ander. Ik volg gewoon mijn gevoel en overleg zo goed mogelijk met mijn verstand. Ik ben een niet berekende gevoelsmatige gevoelsdenker, met hart en brein op de goede, niet onderling te verwisselen plaats. En ja ik hecht soms waarde aan de betekenis van mijn dromen, omdat ze vaak zo levendig zijn, en seksueel veel intenser, veel dromeriger ingekleurd dan de werkelijkheid, van de meeste andere saaie mensen. Ik ben eigenlijk een expert, een ervaringsdeskundige op het gebied van schitterende dromen. Maar deze droom was anders, laat ik maar vertellen anders dwaal ik af van het verhaal dat deze droom moet voorstellen.

Ik, Thomas bevond mij op een verlaten strand, met een vrouw die ik slechts in dromen had leren kennen. Het was op datzelfde verlaten strand, bij dat kampvuur en zij stond daar naakt. En ik moet zeggen, ondanks mijn sporadisch geuite homoseksuele neigingen, ik vond het een geweldig aantrekkelijke, om niet te zeggen geile, vruchtbare vrouw, met een slanke taille en een kapsel gemaakt door de wind.

Ik keek haar in haar mooie reebruine ogen, ze schreeuwde, radeloos, eenzaam, naakt. Ze leek me hulpeloos verlaten en het leek er ernstig op dat ze zin had in seks, en dan het liefste niet met een kabouter.



Ze was woedend over wat ik haar had verteld. Mijn eenvoudige leven als ongelovige Thomas was haar in het verkeerde keelgat geschoten. Ze vond het niet helemaal hygiënisch, en vanuit haar geest niet geoorloofd, dat ik mezelf niet tot de kudde wilde laten toebehoren, vanwege de eigenwijsheid van mijn eigenste ziel.

Ze kon niet langer meer naar mijn simpele woorden, de woorden van een gewone man, luisteren. Ik deed er alles aan om zo gewoon mogelijk te lijken, maar het wilde niet lukken.

Ze was verliefd op een Goddelijk persoon, maar door de lethargie waarin ze haar leven doorbracht, voelde de liefde koud aan, kouder dan aan te geven was door middel van een thermometer. Een geestelijke koude, die zelfs de meest bevroren zielen verder deed bevriezen, totdat er niets meer te bevriezen was. Ze stond bekend als ijskoningin, een dame met een bevroren hart en een roestig ego. Ze had rare neigingen en deelde mensen in wezens die haar wel of niet goed gezind waren, maar ze bleef al die tijd bloot, zonder kleren voor haar ziel, en bevroren van binnen als een ijzig blok ijs. Ze kon geen liefde meer geven omdat de bitterheid haar een harnas om het lijf had gegoten. Een ondoordringbaar harnas, een ijzeren kledingstuk dat alle manlijke mislukkelingen op een afstand hield. Haar hart kende slechts bitterheid en werd gevoed door jaloezie, en een bloedeloos verlangen de eigen chaos af te wisselen met onafzienbare leegte.

Ik probeerde haar te ontdooien, maar ook mijn woorden waren zinloos, omdat het menselijke woorden waren. En juist de menselijke woorden hadden haar bedrogen, hadden haar al die jaren voor gelogen. Woorden die niet langer betekenis hadden,

die door de herhaling alle betekenis hadden verloren. Nu was zij leger dan ooit, ik hield haar hand vast, wilde haar troosten. Ik had bijna spijt dat ik haar ooit iets had verteld, maar ik kon niet zwijgen. Zij moest het weten. Ik gooide wat brandhout op het vuur. Mijn wenkbrauwen trilden van de zenuwen, zoals ze altijd deden wanneer ik zenuwachtig probeerde te vertellen, dat ik, ondanks alles wat er in het verleden gebeurd was, van haar hield, en dat ik haar niet opnieuw zou verlaten. Ze was de enige vrouw die ik geneukt had op aarde, in het zand.

Ik zag haar tranen, alsmaar haar tranen, warme tranen, veel verdriet. Het was op hetzelfde strand, bij dat kampvuur. Ik moest haar troosten, maar zij liet zich niet troosten, zij was ontroostbaar geworden door haar eenzame leven. En ze wilde niets van mijn leven weten, zo ver vandaan was ik werkelijk van haar vandaan in haar gedachten.

Ze moest weer helemaal opnieuw beginnen, maar dat wist ze zelf ook wel, dat hoefde ik haar niet te vertellen. Eerst een beetje doodgaan, geestelijk sterven en dan opnieuw beginnen

Er zat een huivering in mijn denken, ik kon haar ook mijn ellende schenken, ik had veel ellende te schenken, miste een oor en een teelbal, maar ik kon voor heel even, geen ellende meer bedenken. Ik had mijn eigen zorgen, grote zorgen over de toekomst. Ik wilde dichter worden, en gedichten over koffie schrijven, maar ik kwam niet verder dan een gedicht over een koffiekan, wat ik aan niemand durfde te laten lezen, omdat ik nogal stotterde als ik voorlas, en mijn eigen gedichten mijn stotteren niet verdroegen.

Ik warmde mijn ziel nog wat aan het vuur en besloot ook te gaan huilen. Het waren niet eens bittere tranen, of tranen die pijn deden. Het waren zuivere tranen, tranen van diepere ontroering door dit toevallige samenzijn in de nacht op het strand.

Ik bleef de hele nacht huilen bij het vuur en dacht aan mijn moeder, maar ik wist tijdens het huilen, dat mijn moeder niet aan mij dacht, en dat zelfs moederliefde kon slijten op de lange duur. Ik hield plotseling mijn hart vast en kneep haar in haar handen. Ze was nog steeds de vrouw in wie ik hijgend was klaar gekomen, ze kon haar hoofd soms draaien wanneer je het niet verwachtte.

Daarop gaf zij mij te kennen, dat de nacht lang had geduurd. De wind van zee voelde koud aan, we besloten weer terug naar het dorp te gaan, maar ik voelde dat de eenzaamheid haar voorgoed gevangen zou blijven houden. Alles wat ik had gedaan, had haar eenzaamheid alleen maar erger gemaakt. Het schuldgevoel moest ik nog lang bij me dragen. Het was voor mij een zware jas.















*



© maart 2010, mobar



Geen opmerkingen:

Een reactie posten