Toen mijn moeder zei dat ik een vleermuis was, keek ik verbaasd in de spiegel. Maar het was waar, dat waar ik jaren bang voor was geweest, was mij overkomen. Ik was een vleermuis geworden en ik had ontzettende dorst. Als het zonlicht over de ochtendkim scheen verborg ik mij in de grot bij het kasteel van
Mobar Vorstkasteel.
Maar als de duisternis met al zijn schimmen kwam, begon ik droef te gniffelen. Misschien was er ergens een eenzame dichteres, met gebrek aan fantasie en originaliteit en een dunne hals. Een slanke stewardess of een zangeres in een doorschijnende broek. Of een kroegtijger, een barpoes, die wel wat wilde hoereren met een vleermuis.
Ik deed erg mijn best om niet op te vallen, maar wij vleermuizen waren berucht. We vormden een pact met de wolven, met de kraaien en raven. Telkens als ik de grot verliet, ging ik op zoek naar nachtvlinders, de danseressen van de lucht.
© januari 2010, mobar
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten