Lassithi staat bekend om haar hoogvlakte met talloze oude witgekalkte windmolentjes. Een vakantie heeft telkens een nieuwe bestemming nodig, na de oude boom en de voortreffelijke warme maaltijd van de oude vrouw aan het begin van de middag, is de volgende bestemming de oude windmolentjes hoger op de berg. Het is nog een eindje rijden met de huurauto, maar dan hoog in de bergen staan ze er, in Seli Ampelou, kleine witte windmolens, die water naar de hoogvlakte brengen. Het is een prachtige gezicht, zo hoog in de bergen. Natuurlijk staan er bussen met toeristen bij deze bezienswaardigheid, er is een modern ingerichte toeristenshop met allerlei aardewerk en uiteenlopende souvenirs. Er komen per jaar meer dan drie miljoen toeristen naar Kreta, niet vreemd dat ook begin oktober 2014, wanneer het al veel rustiger is dan in de zomer, Alfons en Adriaan ook hier allerlei toeristen van voornamelijk het West Europese vasteland tegenkomen. Mensen van verschillende pluimage, huisvrouwen, winkeliers, schrijvers, dichters, kunstenaars, tuinmannen, ambtenaren, timmermannen, loodgieters, artsen, en anderen.Alfons en Adriaan bekijken de prachtige authentieke molentjes, die op vele ansichtkaarten te bewonderen zijn en nemen ook een kijkje in de toeristenshop. Nog een waterijsje, vooruit maar het is toch vakantie. Een heel vreemde gewaarwording na zolang bergop rijden, nu eindelijk over de top te zijn. Naar beneden rijden vind Alfons Antana minder eng, dus het kan vanaf nu alleen maar leuker worden. De mannen stappen weer in de auto, rijden inderdaad een tijdje bergafwaarts maar niet lang want dan begint de Lassithi hoogvlakte, een landelijk gebied met kleine dorpjes en veel landbouw, kleine kneuterboerderijen met geiten, soms schapen, honden, katten, een ezel en heel af en toe een koe. Kleine witgepleisterde huizen, met boomgaarden, appels, peren, olijven, sinasappels, citroenen, kersen.Alfons en Adriaan vinden het prachtig dat dit nog allemaal bestaat, dit is nog echt authentiek Kreta, zonder moderne hotelgebouwen of uitpuilende zwembaden omgeven door vetgemeste verwende toeristen, dit is echt boerenland met honingbijen, kippen, en klein vee. Alfons Antana waant zich in een andere wereld, waar de tijd eeuwenlang stil heeft gestaan. En de mensen nog in een rustig tempo leven, zonder haast, alles gemoedelijk in het ritme van de natuur, en het orthodoxe geloof.Bij één van de boerenuitstalling langs de weg koopt Adriaan Worteldans een zak appels. Een eind verderop rijdt een authentiek aandoende zwarte geklede Griekse eilandbewoner op een ezel, als er een auto nadert gaat hij met de ezel midden op de weg staan en maakt met enige gebaren duidelijk dat de toeristen hem mogen fotograferen, maar dat hij er wel geld voor wil hebben. Alfons Antana ziet wel humor in dit komische tafereel, zelf vragen om gefotografeerd te worden, en er geld voor vragen, en dat terwijl het toerisme ver weg zou moeten zijn op deze boerenhoogvlakte. Het is komisch en de moeite waard, de man draagt prachtige zwarte klederdracht en heeft een zeer authentieke grijze snor, over de ezel maar te zwijgen, ezels zijn immers altijd authentiek. Het knokige dier blijkt een geweldige poseur met echte verdrietige ogen en een aanhankelijke gelaatsuitdrukking. Er staan her en der toeristen te fotograferen.Alfons begint weer echt in de stemming te komen, dit doet hem denken aan vroegere fietstochten naar Volendam, en door de damp des tijd gerookte paling aan de oeversteigers, die nog naar teer ruiken, dit doet hem denken aan hoe hij ooit heeft leren zwemmen, hoe hij heeft leren fietsen, met vallen en opstaan, hoe hij nooit heeft leren schaatsen, leren zingen naar de blauwe maan. Voor Adriaan Worteldans is het enthousiasme van Alfons Antana zeer aanstekelijk, hij is er minder door gaan roken, eet wat vaker ongeschild fruit en geniet meer van de simpele eenvoud van het leven.Bijvoorbeeld het eten van een appel op een door de Griekse zon beschenen dag, hier ver van de rest van de wereld, op het boerenland van de hoogvlakte. Bij een uitstalling even verderop langs het boerenweggetje, besluiten de heren een potje echte boshoning te kopen. De verkoper gedraagt zich alsof hij Adriaan Worteldans in Lassithi heeft zien opgroeien, vriendelijk en charmant, hij probeert hem nog allerlei andere producten aan te smeren, voornamelijk vruchtenjam, en nog wat verdwaald aardewerk en volledig doorgestikt linnengoed. Het lijkt één grote droom deze autorit over de hoogvlakte van Lassithi. Alfons is het moeilijke gesprek over Stempel van de Liefde, zo goed als vergeten, alleen die naam speelt nog door zijn hoofd, Saartje Saffrilon, een bekende dichtersnaam. Saartje Saffrilon, daar heeft hij eerder iets over gehoord. Er staat hem nog iets bij, heeft hij niet ooit een prachtig gedicht van haar gelezen? Was dat niet ergens op een gedichtensite op Internet? En was hij toen niet ontroerd door de zorgvuldige woordkeuze van de soepel lopende sensuele zinnen, die de inhoud beetje bij beetje prijs gaven? "Saartje Saffrilon"
die naam blijft door zijn hoofd zingen. Het oude huurautootje tuft verder naar beneden, langzaam de berg weer af. Op weg naar de zee en koffie.
*
© oktober 2009, mobar
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten